ECLI:NL:HR:2022:1852
Hoge Raad · 13-12-2022 · zaaknummer 20/04373
Inhoudsindicatie
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285.1 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. 359.3 Sv. Heeft verdachte op tz. in hoger beroep het bewezenverklaarde bekend, nu hij heeft ontkend dat hij mes tegen keel van aangever heeft gehouden? Uit p-v van tz. in h.b., inhoudende dat verdachte uitdrukkelijk heeft ontkend dat hij mes op keel van aangever heeft geplaatst of gezet, volgt dat middel terecht klaagt over ‘s hofs oordeel dat verdachte tlgd. heeft “bekend”. Dat hoeft echter in dit specifieke geval vanwege ontbreken van redelijk belang bij klacht niet tot cassatie te leiden, omdat hof, naast opgave van b.m., in zijn arrest ook redengevende inhoud van die b.m. heeft opgenomen. Daardoor voldoet bewijsvoering aan eis van art. 359.3 (eerste volzin) Sv. Volgt verwerping. CAG (strekking): vernietiging.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- G.I. Roos
- W.H. Jebbink
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
