ECLI:NL:HR:2022:1832
Hoge Raad · 13-12-2022 · zaaknummer 21/00357
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Veroordeling van partner van (oud-)minister van Volksgezondheid van Curaçao voor medeplegen van oplichting m.b.t. een niet-geleverde partij mondkapjes (art. 2:305.1 SrC) en witwassen van geldbedrag, meermalen gepleegd (art. 2:404.1.a SrC). 1. Heeft hof juiste betekenis toegekend aan het in art. 2:305.1 SrC omschreven delict oplichting en is ’s hofs oordeel hieromtrent voldoende met redenen omkleed? 2. Bewijsklacht witwassen. Berust de bewezenverklaring op de onjuiste aanname dat het geldbedrag uit misdrijf (oplichting) afkomstig was? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03336 C.
Advocaten
- C. Reijntjes-Wendenburg
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
