ECLI:NL:HR:2022:173
Hoge Raad · 15-02-2022 · zaaknummer 19/01718
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag in woning van bestuurder van klaagster (coffeeshop) t.z.v. verdenking van overtreding Opiumwet. Is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat strafrechter geldbedrag zal verbeurdverklaren? Art. 33a.2.b Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf i.g.v. beslag ex art. 94 Sv. Rb heeft bij dat oordeel betrokken dat geldbedrag vatbaar is voor verbeurdverklaring omdat “niet is vastgesteld aan wie geldbedrag toebehoort”, waarbij Rb kennelijk het oog heeft gehad op de mogelijkheid van verbeurdverklaring o.g.v. art. 33a.2.b Sr. Die oordelen zijn niet z.m. begrijpelijk in het licht van vaststelling Rb dat geldbedrag onder bestuurder van klaagster in beslag is genomen en verweer van klaagster dat geldbedrag haar omzet betreft en wordt gebruikt voor haar inkoop en dat de bij het geld aangetroffen papieren, kassa-uitdraaien zijn. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.G.J. Cornelissen
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
