ECLI:NL:HR:2022:1695
Hoge Raad · 13-12-2022 · zaaknummer 21/03512
Inhoudsindicatie
Poging doodslag door met aanzienlijke snelheid in personenauto achteruit in te rijden op agent en diens motorfiets (art. 287 Sr) en diefstal benzine, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). 1. Bewijsklacht poging doodslag. Heeft hof ten onrechte het p-v VerkeersOngevallenAnalyse als een deskundigenverslag a.b.i. art. 344.1.4 Sv in de bewijsvoering betrokken? 2. Bewijsklachten poging doodslag t.a.v. ‘aanzienlijke’ snelheid en (voorwaardelijk) opzet op dood agent. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en 24 maanden ontzegging van rijbevoegdheid), art. 359.6 Sv. Heeft hof ten onrechte als mogelijkheden genoemd (a) deelname verdachte aan penitentiair programma a.b.i. art. 4 Pbw en (b) deelname aan VI-regeling a.b.i. art. 6:2:10 Sv, terwijl hof daarnaast niet heeft gespecificeerd welk deel van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf in elk geval ten uitvoer zal worden gelegd? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- S.J. van der Woude
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
