ECLI:NL:HR:2022:1651
Hoge Raad · 15-11-2022 · zaaknummer 21/00368
Inhoudsindicatie
Verlaten plaats ongeval, art. 7.1.a WVW 1994.Vordering benadeelde partij. Kan ongevalsschade worden aangemerkt als rechtstreekse schade a.b.i. art. 361.2.b Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. rechtstreekse schade en schade die voor vergoeding aan b.p. in aanmerking komt. Uit ‘s hofs vaststellingen volgt dat verdachte een ongeval heeft veroorzaakt doordat hij, tijdens passeren van andere auto, tegen auto van b.p. is gebotst en dat hij plaats van dit ongeval heeft verlaten. ‘s Hofs op die vaststellingen gebaseerde oordeel dat tussen bewezenverklaard handelen van verdachte en schade, waaronder schade aan auto, voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat b.p. door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden getuigt, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Evenmin is onbegrijpelijk ‘s hofs in zijn beslissing besloten liggende oordeel dat schade die b.p. heeft geleden gevolg is van vastgestelde, aan verdachte toe te rekenen onrechtmatige gedragingen (i.h.b. het door verdachte veroorzaakte ongeval waarbij auto van b.p. is beschadigd), een en ander in de hiervoor bedoelde zin. Volgt verwerping.
Advocaten
- P.M. Frielink
- P.M. Rombouts
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
