ECLI:NL:HR:2022:1563
Hoge Raad · 01-11-2022 · zaaknummer 20/03268
Inhoudsindicatie
Diefstal, art. 310 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv en verzuim m.b.t. opgave van redengevende feiten en omstandigheden in b.m. Kon hof (t.a.v. 2 van 3 b.m.) volstaan met opgave van b.m., nu raadsman van verdachte vrijspraak heeft bepleit? V.zv. middel klaagt dat hof heeft volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv (tweede volzin), berust het op verkeerde lezing van ‘s hofs uitspraak. Hof heeft immers niet overwogen dat het heeft volstaan met opgave van b.m. v.zv. verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend maar heeft klaarblijkelijk (naast b.m. 1) gehele inhoud van de als b.m. 2 en 3 genoemde p-v’s aangemerkt als redengevende feiten en omstandigheden voor beslissing dat feit door verdachte is begaan. V.zv. middel klaagt over ‘s hofs verzuim om redengevende inhoud van b.m. 2 en 3 op te nemen, is het gelet op art. 359.3 (eerste volzin) Sv terecht voorgesteld. A.g.v. dit verzuim is bewezenverklaring niet toereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: terechte klacht maar geen cassatie, nu desbetreffende pagina’s moeiteloos kunnen worden teruggevonden in procesdossier. Samenhang met 20/03269 en 20/03270 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Advocaten
- D.J.C. Aben
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
