ECLI:NL:HR:2022:153
Hoge Raad · 08-02-2022 · zaaknummer 20/00571
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 588.1.a (oud) Sv. Is dagvaarding in h.b. geldig betekend, nu deze na vergeefse aanbieding op BRP-adres is uitgereikt aan griffier, terwijl verdachte zich uit anderen hoofde in detentie bevond? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit stukken kan worden opgemaakt dat verdachte t.t.v. poging om dagvaarding in h.b. aan hem uit te reiken uit anderen hoofde gedetineerd was, hetgeen wordt bevestigd door in cassatie opgevraagd detentieoverzicht. Gelet op juridisch kader had dagvaarding in h.b. in persoon aan verdachte uitgereikt moeten worden, nu hij t.t.v. uitreiking van die dagvaarding in Nederland gedetineerd was. ’s Hofs in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat dagvaarding in h.b. overeenkomstig art. 588.1.a (oud) Sv rechtsgeldig is betekend, is dan ook niet juist. HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- V. van den Brink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
