ECLI:NL:HR:2022:1477
Hoge Raad · 18-10-2022 · zaaknummer 21/03676
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben vals Italiaans identiteitsbewijs (art. 231.2 Sr) en rijbewijs (art. 225.2 Sr). Leidt omstandigheid dat verdachte andere naam heeft opgegeven tot niet-ontvankelijkheid in hoger beroep? Dagvaarding en vonnis Pr gesteld op naam die is vermeld op ID-bewijs en rijbewijs. Hof verklaart verdachte n-o in h.b., omdat hij bij instellen h.b. niet zijn ware persoonsgegevens heeft bekendgemaakt. Anders dan hof kennelijk heeft geoordeeld, doet zich hier niet het in HR:2001:AB0259 bedoelde geval voor dat beroep is ingesteld tegen einduitspraak waarin verdachte op andere wijze dan bij naam is aangeduid. In aanmerking genomen dat h.b. is ingesteld namens A tegen vonnis van Pr dat is gewezen ten laste van persoon “gedagvaard als A” en standpunt van gemachtigde raadsman inhoudt dat zijn cliënt degene is ten laste van wie vonnis is gewezen, leidt omstandigheid dat verdachte (mogelijk) anders is geheten niet z.m. tot niet-ontvankelijkheid van h.b. (vgl. HR:2013:CA3293 en HR:2013:886). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- B.F. Keulen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
