ECLI:NL:HR:2022:1408
Hoge Raad · 11-10-2022 · zaaknummer 20/04279
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd (art. 9.7 WVW 1994). Kan klacht dat verdachte zich in verdediging geschaad acht omdat hij niet is verschenen op zitting van hof aangezien hij niets afwist van enige zitting, worden aangemerkt als cassatiemiddel? Voor onderzoek door cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie a.b.i. wet. Als zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. CAG gaat in op andere reden voor niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu volmacht tot instellen cassatieberoep per e-mail en cassatieschriftuur niet verklaring van raadsman bevatten dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd.
Advocaten
- I. Wudka
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
