ECLI:NL:HR:2022:1407
Hoge Raad · 11-10-2022 · zaaknummer 20/04272
Inhoudsindicatie
Poging tot verkrachting van 10-jarig meisje in woning, art. 242 Sr. Getuigenverzoek, art. 315 jo. 328 Sv. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen verbalisant? Verzoek dat verdediging op tz. in h.b. heeft gedaan om verbalisant als getuige te horen, is verzoek a.b.i. art. 315 jo. 328 Sv, zodat uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Dat geldt ook wanneer verzoek voorwaardelijk is gedaan en daaraan gestelde voorwaarde is vervuld. P-v van tz. in h.b. en ook p-v’s van latere tz. en ’s hofs uitspraken houden niet beslissing in op voorwaardelijk verzoek om verbalisant te horen. Uit procesverloop volgt ook niet dat verdediging na tz. in h.b. verzoek niet langer heeft gehandhaafd of dat geen belang meer zou bestaan bij horen van verbalisant. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- B.F. Keulen
- G. Wolters
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
