ECLI:NL:HR:2022:1406
Hoge Raad · 11-10-2022 · zaaknummer 21/02940
Inhoudsindicatie
Diefstal met geweld, art. 312.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.b Sv. Betekening dagvaarding in h.b., art. 36e.1.b.2 Sv. Dagvaarding in h.b. is uitgereikt aan medewerker OM en verzonden naar adres van Poolse verdachte in Polen. Had hof het in brief van verdachte, die aan akte van h.b. is gehecht en is aangemerkt als schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b, opgegeven adres in Nederland moeten aanmerken als feitelijke woon- of verblijfplaats? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: ’s Hofs kennelijke oordeel dat adres in Den Haag, vermeld in briefhoofd van bijzondere machtiging, niet kan worden aangemerkt als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte en evenmin als adres waaraan mededelingen over strafzaak kunnen worden toegezonden, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Dat in bijzondere volmacht geen nadere toelichting is gegeven op adres, door bijvoorbeeld te vermelden dat adres een woon- of verblijfadres betreft, kan verdachte (die niet werd bijgestaan door raadsman) niet worden tegengeworpen. Door adres te vermelden in brief waarmee h.b. wordt ingesteld, is adres een voor de hand liggend adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats zou kunnen gelden. HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.
Advocaten
- J.M. Lintz
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
