ECLI:NL:HR:2022:1403
Hoge Raad · 11-10-2022 · zaaknummer 21/03500
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op woning onder klaagster t.z.v. verdenking van witwassen. Is het hoogst onwaarschijnlijk dat strafrechter, later oordelend, de onder klaagster inbeslaggenomen woning verbeurd zal verklaren? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf i.g.v. beslag ex art. 94 Sv. Rb heeft klaagschrift gegrond verklaard, mede op de grond dat zij het hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter de onder klaagster inbeslaggenomen woning verbeurd zal verklaren. Daarbij heeft Rb in aanmerking genomen dat klaagster in 2000 de woning heeft aangekocht en dat klaagster ervan wordt verdacht die aankoop te hebben gefinancierd met crimineel vermogen en zich daarmee schuldig te hebben gemaakt aan witwassen, terwijl witwassen pas in 2001 als afzonderlijke strafbaarstelling in de Nederlandse wet is opgenomen. Dit oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Rb heeft namelijk niet ervan blijk gegeven bij haar oordeel te hebben betrokken wat OvJ heeft aangevoerd over verdenking tegen klaagster, namelijk dat verdenking van witwassen niet uitsluitend ziet op verwerven van woning in 2000, maar ook op andere (witwas)gedragingen ten aanzien van diezelfde woning – waaronder voorhanden hebben van woning sinds 2001 – en dat sprake is van verwevenheid met aanschaf van andere panden door medeverdachten. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.N. de Jonge
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
