ECLI:NL:HR:2022:1368
Hoge Raad · 04-10-2022 · zaaknummer 20/02187
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van 418 hennepplanten (art. 3.C Opiumwet). 1. Kan klacht dat bewezenverklaring van opzettelijk aanwezig hebben van hennep onvoldoende met redenen is omkleed, worden aangemerkt als cassatiemiddel? 2. Heeft hof ontoereikend gemotiveerd beslist op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte huurder van het pand is en dat niet is gebleken dat verdachte een significante rol heeft gehad bij telen van hennep? Ad 1. Voor onderzoek door cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie a.b.i. wet. Als zodanig middel kan slechts gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Middel voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Ad 2. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/02186 P.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- V.C. van der Velde
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
