ECLI:NL:HR:2022:1312
Hoge Raad · 27-09-2022 · zaaknummer 21/00216
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Onder zich hebben van producten van dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten (blauwe reiger, buizerd en huid van ree), art. 13.1.a. Flora- en Faunawet. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. Beroep op vrijstelling van art. 3.18.1 en 3.18.2 Regeling Natuurbescherming. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BP6878 m.b.t. betekenis die aan art. 1.2 Sr moet worden toegekend, inhoudende dat ingeval na begaan van feit delictsomschrijving (in voor verdachte gunstige zin) is gewijzigd, art. 1.2 Sr toepasselijk is indien die wetswijziging voortvloeit uit verandering van inzicht van wetgever omtrent strafwaardigheid van dat feit. T.t.v. bewezenverklaarde golden Flora- en Faunawet en Besluit prepareren van dieren. T.t.v. berechting in hoger beroep waren Wet natuurbescherming en Regeling in werking getreden. Uitgangspunt dat hof toepassing had moeten geven aan art. 3.18 Regeling is niet juist. Dat voorschriften over straffeloos onder zich kunnen hebben van dode vogel ter preparatie op praktische gronden zijn gemoderniseerd, brengt immers niet met zich dat sprake is van gewijzigd inzicht over strafwaardigheid van al voor wijziging begane feiten. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- J.J.J. van Rijsbergen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
