ECLI:NL:HR:2022:1193
Hoge Raad · 13-09-2022 · zaaknummer 21/00238
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat verdachte voorafgaand aan feit 6 keer is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs, worden afgeleid dat verdachte ‘redelijkerwijs moest weten’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? Bij vraag of is voldaan aan vereiste dat verdachte t.t.v. besturen van motorrijtuig wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, is van belang dat enkele omstandigheid dat verdachte voorafgaand aan bewezenverklaard feit (meermaals) is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs daarvoor niet toereikend is (vgl. HR:2015:3703). Ook overigens kan uit ‘s hofs bewijsvoering niet worden afgeleid dat verdachte ‘redelijkerwijs moest weten’ dat rijbewijs ongeldig was verklaard. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
