ECLI:NL:HR:2022:1074
Hoge Raad · 12-07-2022 · zaaknummer 20/03447
Inhoudsindicatie
Medeplegen van valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), oplichting (art. 326.1 Sr) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr) door samen met hypotheekadviseur valselijk een inkomensverklaring op te maken, daarmee een hypothecaire geldlening te verkrijgen en met die lening een woning te verwerven. Bewijsklacht valse opgave jaarinkomen. Heeft hof afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat het in inkomensverklaring genoemde begrip ‘jaarinkomen’ niet uitsluitend betrekking heeft op inkomen uit arbeid, toereikend gemotiveerd? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat het enige wat moet worden ingevuld een dienstverband met bijbehorend inkomen is en dat uit de bij de bank ingediende stukken blijkt dat bedrag enkel als inkomen uit arbeid is opgegeven en niet (deels) uit vermogen of andere bronnen. Nu in inkomensverklaring niet wordt gesproken over dienstbetrekking en inkomensverklaring uitdrukkelijk de mogelijkheid openlaat dat inkomen uit vermogen wordt meegeteld bij jaarinkomen, zijn deze overwegingen niet z.m. begrijpelijk. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03419, 20/03425, 20/03461, 20/003468 en 20/03510.
Advocaten
- A.A. Franken
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
