ECLI:NL:HR:2022:1069
Hoge Raad · 12-07-2022 · zaaknummer 21/04845
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Verenigde Staten t.z.v. (i) samenzwering tot internationale distributie van cocaïne, (ii) samenzwering tot de invoer van cocaïne, (iii) internationale distributie van ongeveer 32 kilo cocaïne, (iv) internationale distributie van ongeveer 64 kilo cocaïne, en (v) internationale distributie van ongeveer 6 kilo cocaïne. 1. Heeft Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn verbindende kracht verloren? 2. Moet schending van de voorschriften van art. 12 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (procedure van vrijheidsbeneming van opgeëiste persoon) leiden tot ontoelaatbaarverklaring van het verzoek tot uitlevering? 3. Is hof eraan voorbij gegaan dat opgeëiste persoon werd vervolgd, althans was aangehouden, t.z.v. een of meer van de feiten waarvoor zijn uitlevering werd verzocht? HR: art. 81.1. RO. Samenhang met 21/04844 UC, 21/04846 UC, 21/04978 UC en 21/04979 UC.
Advocaten
- C. Reijntjes-Wendenburg
- D.J.M.W. Paridaens
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
