ECLI:NL:HR:2022:1066
Hoge Raad · 12-07-2022 · zaaknummer 20/03461
Inhoudsindicatie
Medeplegen van hennepteelt in Duitsland en invoeren en verwerken van die hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet), medeplegen van en medeplichtigheid aan hennepteelt op meerdere locaties in Nederland (art. 3.B Opiumwet), bezit cocaïne en amfetamine (art. 2.C Opiumwet), bezit hennep(stekjes) (art. 3.C Opiumwet), (medeplegen van) witwassen van voertuigen en geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr) en deelneming criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklachten. 2. Verlating grondslag tll. 3. Art. 63 Sr. 4. HR ambtshalve: verjaring opzettelijk aanwezig hebben hennep(stekjes). Ad 1 t/m 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Om redenen vermeld in CAG is onder 10 tlgd. feit (op of omstreeks 19-01-10 (medeplegen van) opzettelijk aanwezig hebben van 5 hennepstekjes en 48 gram hennep) verjaard. HR zal OM in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in vervolging. Omdat aard en ernst van wat overigens is bewezenverklaard hierdoor niet worden aangetast bestaat onvoldoende grond voor vermindering duur gevangenisstraf. CAG: Feit 10 is verjaard (op 20-01-22) na indiening schriftuur, zodat in cassatie hierover niet kon worden geklaagd. Volgt vernietiging en n-o verklaring t.a.v. feit 10 en verwerping voor het overige. Samenhang met 20/03419, 20/03425, 20/03447, 20/003468 en 20/03510.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
