ECLI:NL:HR:2021:935
Hoge Raad · 15-06-2021 · zaaknummer 20/01139
Inhoudsindicatie
Niet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Rechtmatigheid gebiedsverbod. Verweer dat het o.g.v. art. 172a.1.a Gemeentewet door burgemeester van Middelburg aan verdachte uitgereikte gebiedsverbod niet een rechtmatig, krachtens wettelijk voorschrift gegeven bevel of vordering a.b.i art. 184 Sr is, nu hof in het midden heeft gelaten of verdachte de openbare orde meermalen had verstoord. Bij strafrechtelijke vervolging voor art. 184 Sr dient rechter niet alleen te onderzoeken of het in tll. genoemde wettelijk voorschrift verbindend is maar ook of bevel rechtmatig is gegeven en ook, indien daarover verweer is gevoerd, van dat onderzoek te doen blijken en gemotiveerd op dat verweer te beslissen. Het gaat immers om bestanddelen van het in art. 184 Sr opgenomen misdrijf (vgl. HR:2015:3325). Voor opleggen van gebiedsverbod o.g.v. art. 172a.1.a Gemeentewet is vereist (in geval van verstoring van openbare orde door individu) dat persoon de openbare orde ernstig heeft verstoord dan wel herhaaldelijk openbare orde heeft verstoord. Daarnaast dient sprake te zijn van ernstige vrees voor verdere verstoring van openbare orde. Hof heeft dit miskend door in het midden te laten of verdachte de openbare orde al herhaaldelijk heeft verstoord. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: terechte klacht die niet tot cassatie behoeft te leiden.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- M.A.C. de Bruijn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
