ECLI:NL:HR:2021:934
Hoge Raad · 22-06-2021 · zaaknummer 19/04184
Inhoudsindicatie
Poging tot zware mishandeling door met mes in schouder te steken, art. 302 Sr. Beroep op noodweer(exces). Had verdachte een reële en redelijke mogelijkheid om zich aan aanranding te onttrekken? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. subsidiariteitseis en onttrekkingsvereiste. Vaststellingen hof houden in dat verdachte achtereenvolgens door twee verschillende personen, onder wie aangever, is aangevallen, waarbij verdachte o.m. meer is gestompt in het gezicht en dat verdachte, voorafgaand aan door hem gebruikte geweld, heeft geprobeerd zich aan de confrontatie te onttrekken door achteruitlopend weg te gaan, maar aangever verdachte bleef volgen en aanvallen, o.m. door verdachte tegen diens benen te schoppen. Hof heeft in de kern aan verwerping beroep op noodweer(exces) ten grondslag gelegd dat geen sprake is geweest van noodzaak tot verdediging “omdat verdachte zich aan aanranding had kunnen en moeten onttrekken door bijvoorbeeld te vluchten” en dat dit “in de gegeven omstandigheden ook van hem [kon] worden gevergd”. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk in het licht van wat hof heeft vastgesteld over pogingen die verdachte, voorafgaand aan het door hem gebruikte geweld, heeft gedaan om zich te onttrekken aan de confrontatie door achteruit te lopen. Verwerping beroep op noodweer(exces) is dus ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J.J.J. van Rijsbergen
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
