ECLI:NL:HR:2021:805
Hoge Raad · 08-06-2021 · zaaknummer 19/05423
Inhoudsindicatie
Verduistering uit hoofde van beroep (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Overboeken van voor cliënten van letselschadejurist bestemde geldbedragen van verzekeraars aan te merken als ‘wederrechtelijke toe-eigening’? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1989:ZC8253 m.b.t. betekenis van begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen” a.b.i. art. 321 Sr. Uit bewijsvoering blijkt dat t.b.v. A en B naar derdengeldenrekening overgemaakte geldbedragen niet (geheel) aan begunstigden zijn doorbetaald en dat verdachte, die verantwoordelijk was voor bijgeschreven bedragen, toegang had tot deze gelden. Hieruit kan echter niet z.m. volgen dat verdachte zich desbetreffende geldbedragen op derdengeldenrekening van maatschap wederrechtelijk heeft toegeëigend. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/05422 P.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
