ECLI:NL:HR:2021:786
Hoge Raad · 01-06-2021 · zaaknummer 19/05110
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden naar verdachte, CBR rijbewijs van verdachte via politie heeft ontvangen en onderzoek naar alcoholgebruik van verdachte heeft plaatsgevonden, worden afgeleid dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? Uit bewijsvoering kan niet z. m. volgen dat verdachte “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Anders dan hof heeft geoordeeld, is omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs van verdachte per aangetekende brief en gewone brief is verzonden naar het juiste adres van verdachte niet voldoende. Ook is daartoe niet voldoende dat CBR het rijbewijs van verdachte van politie heeft ontvangen. Evenmin kan dat z.m. volgen uit omstandigheid dat er een onderzoek naar alcoholgebruik van verdachte heeft plaatsgevonden en verdachte een tweede onderzoek heeft aangevraagd en betaald, noch uit overige omstandigheden die hof in aanmerking heeft genomen (vgl. HR:2019:1146). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
- R.P. Snorn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
