ECLI:NL:HR:2021:738
Hoge Raad · 18-05-2021 · zaaknummer 19/05644
Inhoudsindicatie
Opzettelijk niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte bij douane door op Schiphol met € 10.000 in zijn handbagage op vliegtuig naar Dubai te stappen, art. 10:1 Algemene douanewet. Heeft verdachte voorwaardelijk opzet op niet doen van aangifte bij verlaten van EU? Bij beantwoording van vraag of verdachte “opzettelijk” heeft nagelaten aangifte te doen van vervoer van € 10.000, heeft hof kennelijk verklaring van verdachte tot uitgangspunt genomen dat hij in veronderstelling was dat hij € 9.000 bij zich had, waaronder naar hij dacht € 3.000 die zijn vrouw hem had overhandigd (wat achteraf € 4.000 bleek te zijn). Hof heeft overwogen dat die verklaring de verdachte geen soelaas biedt omdat verdachte door hem in ontvangst genomen biljetten had moeten tellen om totaal bedrag vast te kunnen stellen. ‘s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet had op niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte, is echter, mede gelet op verklaring van verdachte ttz. in h.b., niet z.m. begrijpelijk, aangezien uit dat moeten tellen niet z.m. voortvloeit dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij € 10.000 bij zich droeg. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
