ECLI:NL:HR:2021:491
Hoge Raad · 13-04-2021 · zaaknummer 19/01934
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1 Sr. 1. Overschrijding redelijke termijn in h.b. met ruim 5 maanden. ’s Hofs oordeel dat kon worden volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden begrijpelijk? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b., vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden en beperkte toets in cassatie m.b.t. oordeel feitenrechter inzake redelijke termijn. Mede gelet hierop is ’s hofs oordeel dat (in aanmerking genomen gehonoreerd aanhoudingsverzoek van verdediging) overschrijding redelijke termijn in h.b. geen aanleiding geeft tot strafvermindering, niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG: anders t.a.v. redelijke termijn.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- N. van Schaik
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
