ECLI:NL:HR:2021:235
Hoge Raad · 16-02-2021 · zaaknummer 19/04886
Inhoudsindicatie
Geen p-v van de tz in h.b. opgemaakt, art. 326.1 Sv. De raadsman van verdachte heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van het p-v. Bij de aan HR toegezonden stukken bevindt zich dat p-v niet maar wel een brief van griffier van hof op grond waarvan moet worden aangenomen dat geen p-v is opgemaakt. HR merkt n.a.v. CAG op dat art. 83 RO HR de bevoegdheid geeft inlichtingen in te winnen om na te gaan of in het dossier ontbrekende stukken zich nog bij hof bevinden maar dat die bevoegdheid er niet toe strekt hof te verzoeken om stukken die niet zijn opgemaakt, alsnog op te maken en in te sturen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep.
Advocaten
- P.M. Frielink
- W.A.J.A. Welten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
