Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2021:216

Hoge Raad · 16-02-2021 · zaaknummer 19/02501

StrafrechtGepubliceerd 10-02-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Medeplegen uitvoer MDMA naar Groot-Brittannië (art. 2.A Opiumwet), hennepkwekerij in woning (art. 3.B Opiumwet en art. 3.C Opiumwet), diefstal van stroom (art. 310 Sr) en witwassen van geldbedrag (art. 420bis Sr). Onttrekking aan het verkeer van boksbeugel en wapenstok na vrijspraak in e.a. t.z.v. voorhanden hebben van die voorwerpen. 1. Is sprake van soortgelijke feiten a.b.i. art. 36d Sr? 2. Is hof bevoegd te oordelen over onttrekking aan het verkeer die is verbonden aan een in e.a. gegeven vrijspraak en mag hof dan vaststellen dat ‘strafbaar feit is begaan’? Ad 1. Onder ‘soortgelijke feiten’ in de zin van art. 36d Sr dienen te worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als de door verdachte begane feiten dan wel feiten waarvan hij wordt verdacht (vgl. ECLI:NL:HR:1997:ZC9322). Gelet op samenhang van deze bepaling met art. 36b Sr moet voorts onder ‘feit waarvan hij wordt verdacht’ worden verstaan feit waarvan rechter heeft vastgesteld dat het is begaan, al is verdachte van dat feit vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. Hof heeft inbeslaggenomen boksbeugel en wapenstok onttrokken aan het verkeer “nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang” en heeft als toepasselijke voorschriften art. 36b en 36d Sr vermeld en aldus maatregel kennelijk gegrond op art. 36d Sr. Oordeel is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, omdat uit ‘s hofs overweging niet kan volgen dat deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten als de door verdachte begane feiten (overtredingen van Opiumwet, diefstal en witwassen) of als feiten waarvan hij wordt verdacht, waaromtrent hof immers niets heeft vastgesteld. Ad 2. HR merkt n.a.v. CAG nog het volgende op in zaken waarin (i) in e.a. aan verdachte maatregel van onttrekking aan het verkeer is opgelegd i.v.m. één of meer feiten waarvan verdachte is vrijgesproken en (ii) verdachte wel is veroordeeld t.z.v. één of meer andere feiten. In dat geval brengt een redelijke toepassing van art. 404.1 Sv met zich dat door verdachte ingesteld h.b., ook al kan verdachte in h.b. niet opkomen tegen feit of feiten waarvan hij is vrijgesproken, zich mede uitstrekt tot de in e.a. opgelegde maatregel van onttrekking aan het verkeer. Als hof in zo’n geval vaststelt dat niettegenstaande in e.a. gegeven vrijspraak strafbaar feit is begaan, zal hof maatregel van onttrekking aan het verkeer kunnen opleggen of vonnis in zoverre kunnen bevestigen. Als hof dergelijke vaststelling niet doet, zal hof het vonnis in zoverre kunnen vernietigen. In dat laatste geval moet hof o.g.v. art. 353.1 Sv een van de beslissingen a.b.i. art 353.2. Sv nemen, bijvoorbeeld door teruggave te gelasten van inbeslaggenomen voorwerp aan degene bij wie het in beslag is genomen. Daarnaast volgt uit ECLI:NL:HR:2010:BM9420 dat in gevallen waarin verdachte van gehele tll. is vrijgesproken maar maatregel van onttrekking aan het verkeer is opgelegd, tegen vonnis het rechtsmiddel van cassatie openstaat. Volgt gedeeltelijke vernietiging (t.a.v. beslissing tot onttrekking aan het verkeer) en terugwijzing. CAG: Volstaan met vernietiging t.a.v. beslissing tot onttrekking aan het verkeer zonder terugwijzing. Samenhang met acht andere zaken.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.