ECLI:NL:HR:2021:1824
Hoge Raad · 07-12-2021 · zaaknummer 18/02766
Inhoudsindicatie
Beleggingsfraude. Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht oplichting. Zijn bewezenverklaarde mededelingen in prospectussen gedaan om een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken? 2. Bewijsklacht oplichting. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat tlgd. oplichtingsmiddelen niet bewezen kunnen worden. 3. Bewijsklacht oplichting. Heeft hof juiste maatstaf gehanteerd bij zijn oordeel dat sprake is geweest van het bewezenverklaarde opzet op oplichting? 4. Bewijsklacht oplichting. Uos ten aanzien van het opzet op het medeplegen van oplichting. 5. Bewijsklacht gewoontewitwassen. 6. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Kan uit bewijsvoering volgen dat sprake is geweest van benodigd opzet? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/02891 (niet gepubliceerd, verdachte overleden) en 18/03381.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- M.D. Rijnsburger
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
