ECLI:NL:HR:2021:1792
Hoge Raad · 30-11-2021 · zaaknummer 21/00488
Inhoudsindicatie
Beschikking, klaagschrift ex art. 164.8 WVW 1994 strekkende tot teruggave van ingevorderd rijbewijs. OM-cassatie. Wanneer is sprake van ‘invordering’ a.b.i. art. 164.6 WVW 1994? Rb heeft geoordeeld dat onder ‘invordering’ moet worden verstaan de door opsporingsambtenaar gedane vordering tot overgifte van rijbewijs a.b.i. art. 164.1 WVW 1994, ongeacht of daarbij het rijbewijs ook feitelijk is overhandigd. Van ‘invordering’ a.b.i. art. 164.6 WVW 1994 is sprake wanneer het rijbewijs n.a.v. een vordering tot overgifte a.b.i. art. 164.1 WVW 1994 door de in die bepaling genoemde personen of OM daadwerkelijk is ontvangen. Oordeel Rb is dus onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
Advocaten
- A.E. Harteveld
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
