ECLI:NL:HR:2021:1534
Hoge Raad · 15-10-2021 · zaaknummer 20/00989
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheidsrecht. Afwikkeling aardbevingsschade. Onrechtmatigheid van hinder en overlast jegens bewoners. Vraag wanneer aanspraak bestaat op vergoeding van vermogensschade wegens gederfd woongenot, en op vergoeding van immateriële schade. Belang van de omstandigheid hoe vaak de bewoner fysieke schade aan de woning heeft gehad. Omvang immateriële schadevergoeding. Art. 6:162 BW, art. 6:97 BW, art. 6:106 BW. HR 19 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278 (Groningenveld).
Advocaten
- H. Boom
- J. de Bie Leuveling Tjeenk
- M.H.K. Jansen
- P.J. Tanja
- P.J. Wattel
- R.P.J.L. Tjittes
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
