ECLI:NL:HR:2021:1337
Hoge Raad · 28-09-2021 · zaaknummer 19/05248
Inhoudsindicatie
Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Geen afschrift van dagvaarding in hoger beroep verzonden aan raadsvrouw van verdachte, art. 48 Sv. Aan schriftuur gehechte brief van advocaat aan strafgriffie hof, welke per fax verzonden brief blijkens aan schriftuur gehecht verzendcontrolerapport daar is binnengekomen, houdt in dat zij verdachte in h.b. als raadsvrouw bijstaat. Noch uit mededelingen gesteld op dubbel van dagvaarding in h.b. noch uit enig ander stuk dat aan HR is gezonden, kan blijken dat afschrift van die dagvaarding aan raadsvrouw is gezonden. Volgens p-v van tz. in h.b. is daar noch verdachte noch diens raadsvrouw verschenen. Uit wat hiervoor is vermeld vloeit ernstig vermoeden voort dat t.a.v. dagvaarding in h.b. voorschrift van tweede volzin van art. 48 Sv niet is nageleefd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- N.F.M. Osta
- N.F.M. van Osta
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
