Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2021:1246

Hoge Raad · 14-09-2021 · zaaknummer 20/01284

StrafrechtGepubliceerd 13-09-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekening van klager, waarop vermogen wordt opgebouwd t.b.v. zijn kleinkinderen, t.z.v. verdenking van verduistering en witwassen gericht tegen zoon van klager (verdachte). Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. Behoort geldbedrag (€ 59.590), dat door minderjarige zoon van verdachte is overgemaakt naar klager, tot vermogen van verdachte, zodat het vatbaar is voor conservatoir beslag? Rb heeft m.b.t. geldbedrag geoordeeld dat zich de situatie van art. 94a.4 Sv voordoet. Aan dat oordeel heeft Rb in de kern ten grondslag gelegd dat verdachte en diens partner, ongeacht vraag wie het geld oorspronkelijk op rekening van hun zoon had gestort, als ouders “vorderingsgerechtigd op het saldo” van die rekening waren, dit geldbedrag daarom tot hun vermogen moet worden gerekend en er voldoende aanwijzingen zijn dat het geld aan klager is overgemaakt “met als doel om geld uit het vermogen van verdachte weg te sluizen”. Die oordelen zijn niet z.m. begrijpelijk, omdat (anders dan Rb kennelijk heeft geoordeeld) de enkele omstandigheid dat ouders o.g.v. van art. 1:253i BW bewindvoerder zijn over vermogen van hun minderjarige kind, niet met zich brengt dat dit vermogen aan ouders toebehoort. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Advocaten

  • T.N.B.M. Spronken

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.