ECLI:NL:HR:2021:1130
Hoge Raad · 13-07-2021 · zaaknummer 20/02773
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994) en rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) in zaken A en B. Beperking van hoger beroep door hof tot zaak A. Heeft hof zaak B ten onrechte buiten h.b. gehouden? Uit procesverloop blijkt i.h.b. dat verdachte geen schriftuur met grieven tegen vonnis Rb heeft ingediend en ook niet ttz. in h.b. mondelinge bezwaren tegen vonnis heeft opgegeven of doen opgeven, ook niet waar het de beslissingen van Rb in zaak B betreft, welke zaak volgens middel door hof ten onrechte buiten h.b. is gehouden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat in cassatieschriftuur niet wordt aangegeven dat en waarom niet-ontvankelijkverklaring door hof van verdachte in zijn h.b. onjuist zou zijn, heeft verdachte onvoldoende belang bij zijn klacht. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- M.R. Mantz
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
