ECLI:NL:HR:2021:1126
Hoge Raad · 09-07-2021 · zaaknummer 21/02135
Inhoudsindicatie
Externe klachtprocedure, vordering Procureur-Generaal (art. 13a RO). Klacht tegen kantonrechter in verband met aan klaagster opgelegd verbod om als werkneemster van een bewindvoerderskantoor bepaalde werkzaamheden uit te voeren, en op de wijze waarop dat verbod tot stand is gekomen. Bevoegdheid vierde kamer Hoge Raad: is het opleggen van een verbod aan een werknemer van een bewindvoerderskantoor een rechterlijke beslissing (art. 13a en 26 RO)? Subsidiaire vordering tot cassatie in het belang der wet: valt het opleggen van een verbod aan een werknemer van een bewindvoerderskantoor binnen de wettelijke bevoegdheden van de kantonrechter in titel 19 van Boek 1 BW, in het bijzonder art. 1:448 BW? Verwijzing naar civiele kamer Hoge Raad.
Advocaten
- E. van Wolde
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
