ECLI:NL:HR:2021:1064
Hoge Raad · 06-07-2021 · zaaknummer 20/02360
Inhoudsindicatie
Strafmotivering, door hof in aanmerking genomen omstandigheid blijkt niet uit onderzoek ttz. Verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraf van 12 maanden t.z.v. diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr). Hof heeft in strafmotivering in het nadeel van verdachte betrokken dat verdachte het slachtoffer van medeplegen diefstal heeft “gedrogeerd”. P-v ttz. en stukken waarvan op tz. de korte inhoud is medegedeeld bieden echter onvoldoende aanknopingspunten voor die vaststelling. Strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging (zonder opgelegde schadevergoedingsmaatregel) en terugwijzing.
Advocaten
- P.M. Frielink
- R.A.C. Frijns
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
