ECLI:NL:HR:2020:931
Hoge Raad · 26-05-2020 · zaaknummer 19/04799
Inhoudsindicatie
Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. veroordeling voor doodslag, poging tot doodslag (meermalen gepleegd) en zonder vergunning dragen van wapen . 1. Geen beslissing op aanhoudingsverzoek? 2. Beroep op dreigende en reeds voltooide mensenrechtenschending. 3. Onvoldoende duidelijke vermelding feiten, art. 28.3 UW. Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. HR ambtshalve: Ex art. 28.3 UW dient uitspraak feiten waarvoor uitlevering kan worden toegestaan te vermelden. Rb heeft vastgesteld dat uitlevering is verzocht t.z.v. tenuitvoerlegging van vonnis waarbij opgeëiste persoon tot gevangenisstraf is veroordeeld t.z.v. (i) doodslag, (ii) twee pogingen tot doodslag en (iii) zonder vergunning dragen van wapen. Rb heeft voorts geoordeeld dat niet is gebleken van een beletsel voor toelaatbaarheid van verzochte uitlevering. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat Rb onder opschrift “beslissing” kennelijk abusievelijk bij toelaatbaarverklaring van uitlevering alleen ‘doodslag’ heeft vermeld. HR herstelt dit verzuim door - mede in het licht van art. 28.3 UW - uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in uitleveringsverzoek en door verzoekende Staat bij uitleveringsverzoek overgelegd stuk (“Proces-verbaal beoordeling dossier”).
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- L. Bien
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
