ECLI:NL:HR:2020:909
Hoge Raad · 26-05-2020 · zaaknummer 19/01885
Inhoudsindicatie
Deelname aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met handel in hennepstekken (art. 11a (oud) Opiumwet) en medeplegen bedrijfsmatige teelt grote hoeveelheid hennep (art. 3.B jo. 11.3 en 11.5 Opiumwet). Promis-werkwijze. 1. Beslist op uos strekkende tot vrijspraak hennepteelt (feit 2)? Art. 359.2 Sv. 2. Kon hof bij bewijsoordeel (t.a.v. deelname criminele organisatie en hennepteelt) in aanmerking nemen dat verdachte zich ttz. in h.b. heeft beroepen op zijn zwijgrecht? Ad. 1. Wat raadsman van verdachte ttz. in h.b. naar voren heeft gebracht, inhoudende dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tlgd. omdat hij niet betrokken was bij desbetreffende hennepplantage, kan niet anders worden opgevat dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van ondubbelzinnige conclusie aan hof is voorgelegd. Hof is in zijn uitspraak van dit uos afgeweken door onder 2 tlgd. bewezen te verklaren. In strijd met tweede volzin van art. 359.2 Sv heeft hof echter niet i.h.b. redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ex art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg. HR neemt daarbij in aanmerking dat zich niet het geval voordoet dat uitspraak voldoende gegevens bevat in gebezigde, voor verwerping van standpunt relevante b.m. (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AU9130). M.b.t bewijs van betrokkenheid van verdachte bij onder 2 tlgd. feit bestaat bewijsvoering namelijk in hoofdzaak uit gevolgtrekkingen uit tapgesprekken, zonder zakelijke samenvatting van redengevende inhoud van telefoongesprekken waaraan het die “conclusies” heeft ontleend, waardoor ook in dat licht bezien bewezenverklaring, mede i.v.m. gevoerd verweer, ontoereikend is gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BA0424). Ad. 2. Hof heeft bij zijn “bewijsoordeel” t.a.v. feiten 1 en 2 o.m. in aanmerking genomen dat “t.a.v. verdachte kan worden vastgesteld dat deze geconfronteerd met f&o waaruit zijn mogelijke betrokkenheid bij tlgd. feiten zou kunnen blijken ttz. in h.b. zich heeft beroepen op zijn zwijgrecht”. Dat oordeel is niet begrijpelijk in het licht van door verdachte ttz. in h.b. afgelegde verklaring over tlgd. feiten. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/01929, 19/01967 en 19/02065.
Advocaten
- B.H.S. Brinkman
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
