ECLI:NL:HR:2020:89
Hoge Raad · 21-01-2020 · zaaknummer 18/03507
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en art. 94a Sv op geldbedrag onder ander dan klager t.z.v. verduistering. Beschikking innerlijk tegenstrijdig, nu Rb enerzijds heeft overwogen dat strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van beslag en anderzijds dat er geen strafvorderlijk belang bestaat? HR: Middel slaagt o.g.v. redenen die staan vermeld in CAG. CAG: De vaststellingen van Rb dat enerzijds het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag en anderzijds dat er geen strafvorderlijk belang bestaat, rijmen niet met elkaar. De overige niet-bestreden overwegingen bieden onvoldoende aanknopingspunten om deze tegenstrijdige overwegingen verbeterd te lezen. Daarbij wordt opgemerkt dat bij terugwijzing van de zaak Rb t.a.v. art. 94 Sv beslag gebonden is aan oordeel van strafrechter dat er thans geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is. Het t.a.v. het klassieke beslag gegeven oordeel dat klager als redelijkerwijs rechthebbende moet worden aangemerkt, kan in beginsel wel samengaan met het t.a.v. het conservatoir beslag gegeven oordeel dat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt, aangezien t.a.v. dat laatste oordeel een andere, zwaardere, maatstaf geldt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- T.N.B.M. Spronken
- W.H. Jebbink
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
