ECLI:NL:HR:2020:726
Hoge Raad · 17-04-2020 · zaaknummer 18/05327
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Goederenrecht. Geschil over erfgrens. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep. Onmiddellijkheidsbeginsel. Had het hof partijen moeten wijzen op hun recht op een mondelinge behandeling ten overstaan van de drie raadsheren die zouden gaan beslissen? Verkrijgende verjaring. Heeft gedaagde de stelling van eiser voldoende gemotiveerd betwist? Passeren aanbod tegenbewijs.
Advocaten
- M.L.C.C. Lückers
- N.C. van Steijn
- R.K. van der Brugge
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
