ECLI:NL:HR:2020:632
Hoge Raad · 21-04-2020 · zaaknummer 19/03985
Inhoudsindicatie
Herziening. Verspreiden van kinderporno (meermalen gepleegd), art. 240b Sr. Aanvraag is gebaseerd op n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM, waarin is vastgesteld dat art. 6.1 en 6.3.c EVRM zijn geschonden in procedure die tot veroordeling heeft geleid, nu aan aanvrager rechtsbijstand tijdens politieverhoren is onthouden. Art. 457.1.b Sv. Op Staat rust verplichting tot bieden van rechtsherstel indien EHRM schending van verdragsregel heeft vastgesteld. Dit rechtsherstel kan geheel of gedeeltelijk i.h.k.v. met oog daarop gewijzigde herzieningsprocedure gestalte krijgen (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AS8858). Naar oordeel HR is, gelet op door EHRM geconstateerde schending van art. 6.1 en 6.3.c EVRM, herziening noodzakelijk met oog op rechtsherstel. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. CAG gaat in op vraag of HR zaak bij wijze van herziening en met oog op noodzakelijk rechtsherstel a.b.i. art. 41 EVRM zelf kan afdoen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:3291.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- R.A. Korver
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
