ECLI:NL:HR:2020:553
Hoge Raad · 31-03-2020 · zaaknummer 19/02657
Inhoudsindicatie
Herziening. Rijden tijdens rijontzegging, art. 9.1 WVW 1994. Aangevoerd wordt dat achteraf bezien aan aanvrager de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen niet bij rechterlijke uitspraak was ontzegd, zodat aanvrager in de uitspraak waarvan herziening is gevraagd niet had kunnen worden veroordeeld vanwege het besturen van een motorijtuig gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd. HR: Op in CAG vermelde gronden is aanvraag gerond. CAG: De door het hof uitgesproken vernietiging van het vonnis waarbij de rijontzegging werd opgelegd, brengt mee dat die rijontzegging als het ware met terugwerkende kracht haar gelding heeft verloren. Daaraan kan het ernstige vermoeden worden ontleend dat de rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager van de tlgd. overtreding van art. 9.1 WWV 1994 zou hebben vrijgesproken. Het arrest van het hof waarop in de aanvraag tot herziening een beroep wordt gedaan, levert dan ook een novum op a.b.i. art. 457.1.c.Sv. HR verklaart aanvraag gegrond en spreekt aanvrager vrij van het hem tlgd.
Advocaten
- G. Knigge
- J.P. Sanchez Montoto
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
