ECLI:NL:HR:2020:523
Hoge Raad · 07-04-2020 · zaaknummer 18/03907
Inhoudsindicatie
Militaire zaak. Opzettelijke schending van een ambtsgeheim (meermalen gepleegd) door als wachtmeester van Koninklijke Marechaussee voor privédoeleinden vertrouwelijke informatie over familieleden en vrienden op te zoeken in geautomatiseerde systemen van KMar, art. 272.1 Sr. Levert het ‘voor zichzelf ontsluiten van geheime informatie’, zonder die informatie met een derde te delen, ‘schending’ van ambtsgeheim a.b.i. art. 272 Sr op? Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ‘schenden’ van een geheim in de zin van art. 272 Sr moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is. Gelet hierop geeft ‘s hofs oordeel dat verdachte zijn ambtsgeheim heeft geschonden door geheime gegevens voor zichzelf te ontsluiten, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/03768.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- M. van der Steeg
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
