ECLI:NL:HR:2020:488
Hoge Raad · 24-03-2020 · zaaknummer 18/03409
Inhoudsindicatie
Gebruik maken van een niet op haar naam gesteld reisdocument, art. 231.2 Sr. Is redelijke termijn bij betekening verstekmededeling ex art. 366 Sv na arrest hof overschreden, nu arrest dateert van 4-8-2010, terwijl uit stukken enkel blijkt dat verdachte op 29-9-2010 is gesignaleerd en dat op 3-3-2011, 6-12-2011 en 24-5-2012 GBA-controles zijn gedaan? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van redelijke termijn in geval OM bij ex art. 366 Sv voorgeschreven betekening van verstekmededeling niet nodige voortvarendheid heeft betracht. Niet blijkt dat binnen 1 jaar na ’s hofs arrest verstekmededeling is betekend en dat OM minimaal eenmaal per jaar heeft geprobeerd alsnog verstekmededeling te betekenen. HR vermindert opgelegde gevangenisstraf met 2 weken.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- F.T.C. Dölle
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
