ECLI:NL:HR:2020:432
Hoge Raad · 17-03-2020 · zaaknummer 18/04518
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex. art. 94 Sv op geldbedrag van € 10.000 in door vader van klager bestuurde auto (verstopt in plafond) t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? Strafzaak tegen vader is geseponeerd. Rb verklaart beklag ongegrond omdat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbende van geld moet worden aangemerkt. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. aan te leggen maatstaf ingeval het belang van strafvordering het voortduren van een ex art. 94 Sv gelegd beslag niet meer vordert en waarin een derde klaagschrift heeft ingediend strekkende tot teruggave. Door te overwegen dat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbende van geld moet worden aangemerkt, heeft Rb andere dan toepasselijke - en dus een onjuiste - maatstaf aangelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/04519 B.
Advocaten
- S.T. van Berge Henegouwen
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
