ECLI:NL:HR:2020:405
Hoge Raad · 17-03-2020 · zaaknummer 17/00493
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (art. 3 Vuurwapenverordening van Sint Maarten) door een politieagent, die t.g.v. een schorsing zijn dienstuitrusting had moeten inleveren. Was verdachte bevoegd tot dat voorhanden hebben? HR: Blijkens art. 2 Wapenverordening is het in art. 1.1 Wapenverordening neergelegde wapenverbod n.v.t. op hen die deel uitmaken van de politie v.zv. het wapen dat ze bij zich hebben tot hun uitrusting behoort. Ex art. 2.1.c Uitrustingregeling geldt voor een politieambtenaar tijdens de uitoefening van de dienst een uitzondering op het hiervoor bedoelde wapenverbod v.zv. het gaat om een pistool of revolver met de daarbij behorende munitie. Blijkens vaststellingen van het hof was verdachte als hoofdagent buiten functie gesteld en was hem gevraagd zijn uitrusting in te leveren. Daardoor was de voor de politie geldende uitzondering op het verbod om een vuurwapen en munitie voorhanden te hebben, niet meer toepasselijk. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- C. Reijntjes-Wendenburg
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
