ECLI:NL:HR:2020:397
Hoge Raad · 10-03-2020 · zaaknummer 19/03928
Inhoudsindicatie
Herziening. Snelheidsovertreding door onbekend gebleven bestuurder, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv, nu aanvrager o.g.v. art. 181.3.b WVW 1994 tijdig naam en volledige adresgegevens van bestuurder van op zijn naam staande auto t.t.v. snelheidsovertreding bekend heeft gemaakt maar dat die bekendmaking Ktr bij behandeling van zaak niet bekend was. HR: Op in CAG vermelde gronden is aanvraag gegrond. CAG: Aanvrager is veroordeeld wegens snelheidsovertreding door onbekend gebleven bestuurder ex art. 181.1 WVW 1994. Ingevolge art. 181.3.b WVW 1994 geldt art. 181.1 WVW 1994 bij de berechting niet indien eigenaar of houder uiterlijk op dag vóór tz. schriftelijk en onder vermelding van zaak en dag van tz. naam en volledig adres van bestuurder aan OM bekend maakt. Uit bijlagen bij aanvraag volgt dat door aanvrager aan OM gezonden brief bij onderzoek ttz. aan Ktr niet bekend was. Het ernstige vermoeden rijst dat indien aan OM gezonden brief wel aan Ktr bekend was geweest, onderzoek zou hebben geleid tot n-o van OM in vervolging. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- W.A.J.A. Welten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
