ECLI:NL:HR:2020:394
Hoge Raad · 10-03-2020 · zaaknummer 18/03983
Inhoudsindicatie
Doorrijden na ongeval waarbij ander in hulpeloze toestand wordt achtergelaten (art. 7.1.b (oud) WVW 1994) en gevaar op de weg veroorzaken (art. 5 WVW 1994) door met auto vanuit parkeerstand weg te rijden waardoor tegemoetkomende bromfietser tegen auto aanrijdt ten gevolge waarvan deze van zijn bromfiets afvliegt, op straat terechtkomt en gebroken heup en dubbel gecompliceerde beenbreuk oploopt, en vervolgens weg te rijden. Heeft verdachte bestuurder van bromfiets in “hulpeloze toestand” achtergelaten a.b.i. art. 7.1.b (oud) WVW 1994, nu er omstanders waren die slachtoffer te hulp konden schieten? Opvatting dat geen sprake kan zijn van in “hulpeloze toestand” achterlaten a.b.i. art. 7.1.b (oud) WVW 1994 indien ter plaatse omstanders aanwezig zijn, is in haar algemeenheid onjuist. Volgt verwerping.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
