ECLI:NL:HR:2020:367
Hoge Raad · 03-03-2020 · zaaknummer 17/05574
Inhoudsindicatie
Beleggingsfraude. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) en deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). 1. Ten laste van verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 1 oktober 2000 t/m 22 juni 2001 schuldig heeft gemaakt aan oplichting. 1. Verjaring feit 2 gelet op verandering van wetgeving t.z.v. art. 326 Sr en art. 72 Sr? 2. Verschillende bewijsklachten m.b.t. bewezenverklaarde oplichting, i.h.b. tegen de bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen en tegen oordeel hof dat één of meer personen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen. 3. Motivering afwijzing getuigenverzoek. 4. Verwerping verweer dat ‘criminele oogmerk’ a.b.i. art. 140 Sr niet bewezen kan worden. HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- B.F. Keulen
- N. van Schaik
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
