ECLI:NL:HR:2020:35
Hoge Raad · 14-01-2020 · zaaknummer 18/04043
Inhoudsindicatie
Medeplegen invoer cocaine, art. 2.A Opiumwet. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk), art. 359.6 Sv. Voldaan aan art. 359.6 Sv door d.m.v. bevestiging vonnis Rb met wijziging van strafmotivering te overwegen dat en waarom niet kan worden volstaan met lagere straf dan door Rb is opgelegd? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: ’s Hofs overwegingen bevatten in strijd met art. 359.6 Sv niet opgave van redenen die i.h.b. hebben geleid tot keuze van straf die vrijheidsontneming meebrengt. Dit vereiste leidt ex art. 359.8 Sv tot nietigheid. Omstandigheid dat Hof vonnis Rb - waarin wel dergelijke opgave van redenen is gegeven - heeft bevestigd, maakt dit niet anders. Hof heeft immers zijn strafmotivering in de plaats gesteld van strafmotivering van Rb. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- V.A. Groeneveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
