ECLI:NL:HR:2020:32
Hoge Raad · 14-01-2020 · zaaknummer 19/03808
Inhoudsindicatie
Herziening. Verkoop van cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Aangevoerd wordt dat Hof aanvrager zou hebben ontslagen van alle rechtsvervolging indien Hof bekend was geweest met rapportage inhoudende dat bij aanvrager sprake was van psychotische stoornis. In aanvraag ingenomen stelling dat “de kans groot is” dat aanvrager t.a.v. door hem op 30-5-2017 en 3-4-2017 gepleegde feiten ontoerekeningsvatbaar zou zijn verklaard, is te speculatief om tot herziening te kunnen leiden, in aanmerking genomen (i) dat in rapportage enkel is geconcludeerd dat “niet valt uit te sluiten” dat aanvrager ontoerekeningsvatbaar was, (ii) dat deze conclusie in rapportage uitsluitend is gerelateerd aan vermoedelijk door aanvrager op 24-6-2018 gepleegd strafbaar feit en (iii) dat rapportage overigens slechts niet nader gespecificeerde conclusie bevat dat bij aanvrager “al jaren” sprake is van psychotische stoornis. Aangevoerde wekt derhalve niet ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.c Sv. V.zv. in aanvraag wordt aangevoerd dat rechter geen ISD-maatregel zou hebben opgelegd indien deze met rapportage bekend was geweest, wordt miskend dat onder “een minder zware strafbepaling” in de zin van art. 457.1.c Sv moet worden verstaan strafbepaling die minder zware straf bedreigt. Daaronder valt niet oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie. Afwijzing aanvraag. Vervolg op 18/04062 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
