ECLI:NL:HR:2020:222
Hoge Raad · 11-02-2020 · zaaknummer 18/03411
Inhoudsindicatie
Bijstand van een tolk. Gebruikmaken van een tolk die niet is ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers en het schriftelijk vastleggen van de redenen daarvoor a.b.i. art. 28.4 Wet beëdigde tolken en vertalers. In het p-v van de tz. heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat van de daar aanwezige tolk, die niet is ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers, gebruik is gemaakt omdat een in dat register ingeschreven tolk niet, althans niet tijdig, beschikbaar was. Daarmee heeft het hof, mede gelet op de wetsgeschiedenis van art. 28 Wet beëdigde tolken en vertalers, toereikend de redenen vastgelegd a.b.i. art. 28.4 van die wet. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden, mede in aanmerking genomen dat blijkens het p-v van de tz. in h.b. door of namens verdachte geen bezwaren zijn ingebracht tegen het gebruikmaken van de daar aanwezige tolk. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- H.M.W. Daamen
- R.I. Kool
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
